Wat is de tegenbewijsregeling in box 3?
De tegenbewijsregeling is je uitweg uit het fictieve rendement van box 3. Rekent de Belastingdienst met 6,00 % terwijl jouw beleggingen dat jaar minder opbrachten — of zelfs verlies leden — dan mag je je werkelijke rendement aangeven en daarover afrekenen. Het is een recht, geen automatisme: je moet er zelf om vragen en het onderbouwen. De regeling kwam er nadat de Hoge Raad had geoordeeld dat het oude forfait te ver van de werkelijkheid af kon staan.
Eén rode stip: de belasting komt er pas de dag dat je verkoopt.
Zo werkt het
- Alleen als het lager uitvalt. Was je werkelijke rendement hóger dan het forfait, dan hoef je niets te doen — dan geldt gewoon het fictieve percentage.
- Je vult een apart formulier in ("opgaaf werkelijk rendement") bij je aangifte of na je aanslag. De Belastingdienst herrekent dan je box 3-inkomen.
- Werkelijk rendement is meer dan koerswinst. Het is de waardeverandering van het hele jaar — gerealiseerd én niet-gerealiseerd — plus dividend en rente, min bepaalde kosten. Een aandeel dat op papier steeg telt dus mee, ook als je niet verkocht.
- Het geldt voor je hele vermogen in box 3. Je mag niet je slechte aandeel apart nemen en voor de rest het forfait houden: spaargeld, beleggingen en tweede woning gaan samen in de berekening.
- Je hebt bewijs nodig. Jaaroverzichten van je bank of broker met de standen op 1 januari en 31 december en de ontvangen dividenden — bewaar die.
Het rekenvoorbeeld
Je hebt 100.000 € aan aandelen. Het forfait rekent met 6.000 € rendement, wat na het heffingsvrij vermogen op ongeveer 878 € belasting uitkomt.
In werkelijkheid daalde je portefeuille dat jaar met 4.000 € en kreeg je 1.500 € dividend: je werkelijke rendement is −2.500 €. Met de tegenbewijsregeling reken je daarover af — en bij een negatief rendement betaal je in box 3 0 €.
Was je portefeuille in plaats daarvan 9.000 € gestegen, dan is het werkelijke rendement hóger dan het forfait. Dan doe je niets en blijf je bij de 878 €.
Wat je verder moet weten
Het is tijdelijk. De tegenbewijsregeling overbrugt de jaren tot er een heffing op het werkelijke rendement komt; het kabinet streeft daarvoor naar 1 januari 2028. Die wet is nog niet definitief.
Reken eerst, dien daarna in. Voor de meeste beleggers valt het werkelijke rendement in een goed beursjaar hoger uit dan 6,00 % — dan is de regeling juist niet in je voordeel. Ze is bedoeld voor de slechte jaren en voor wie vooral spaargeld heeft.
De typische beginnersfout
Denken dat de Belastingdienst het zelf wel ziet. Dat doet ze niet: je moet zelf opgaaf doen van je werkelijke rendement. En de tweede fout: alleen het verlieslatende aandeel opgeven — de berekening gaat over je hele box 3-vermogen, spaargeld inbegrepen.
Zo zie je het in Kiggo
De portefeuille van Kiggo toont de waardeverandering en de ontvangen dividenden over een periode — precies de twee bouwstenen van "werkelijk rendement". Gebruik dat om te schatten of het de moeite waard is; de officiële cijfers haal je uit de jaaroverzichten van je bank of broker, en de opgaaf doe je bij de Belastingdienst.
Verwante begrippen
Veelgestelde vragen
Wanneer is de tegenbewijsregeling interessant?
Als je werkelijke rendement lager was dan het fictieve percentage van 6,00 % op beleggingen — bijvoorbeeld in een dalend beursjaar, of als je vooral spaargeld hebt naast een kleine portefeuille.
Telt niet-gerealiseerde koerswinst mee?
Ja. Het werkelijke rendement is de waardeverandering over het hele jaar, of je nu verkocht hebt of niet, plus dividend en rente en min bepaalde kosten.
Mag ik alleen mijn verliesgevende beleggingen opgeven?
Nee. De berekening gaat over je volledige vermogen in box 3 — spaargeld, beleggingen en eventuele andere bezittingen samen.
Kiggo legt uit — Kiggo geeft geen advies. We zeggen je nooit wat je moet kopen of verkopen. De beslissing is de jouwe. Laatst bijgewerkt op 2026-09-16.
Geschreven door Claus Frisch, oprichter van Kiggo. Geen adviseur, geen bank — Kiggo legt uit, jij beslist.